Fokker logo.gifFOKKER

Bekende en onbekende vliegtuigtypes van A.H.G. Fokker. Neerlands grootste vliegtuigbouwer

Bronnen: aangeleverd gekregen materiaal van medespotters, internet, oude foto’s en tijdschriften.

Veel gekregen foto’s dat ik mocht gebruiken voor mijn site.

 

Een foto van Anthony Fokker (met vliegkap)

en Albert Plesman, twee mannen die de Nederlandse luchtvaart groot hebben gemaakt.

 

 

1911. Anthony Fokker in de Spin, een zeldzame opname en ondertekend door Tony Fokker persoonlijk.

 

Zeven jaar na de Wrights vloog Fokker ermee en op 16 Mei

1911 haalde hij op de Spin zijn vliegbrevet.

De Spin kon 20 minuten in de lucht blijven, dan was de

brandstof op         

 

 

Anthony Fokker overleed in Amerika in 1939 op 49 jarige leeftijd,

helaas véél te jong.

Zijn laatste rustplaats kreeg hij op begraafplaats Westerveld.

 

 

Anthony Fokker in 1912 met de “Puschka”

De vierde Russiche aviatrice: Luba Galanschikoff

 

 

1913:

Op de foto zien we een aantal van zijn medewerkers boven op

de vleugel van de M-VL om te bewijzen hoe sterk die wel is.

 

 

M-4 tweezitter

De eerste Fokker met rolroeren aan de vleugeltips

 

 

1915: Bij wijze van proef bouwde Fokker in 1915 een

Tweemotorig gevechtsvliegtuig, de K-1

De vlieger zat in de romp tussen de beide rotatiemotoren

waarvan er één een trek- en de ander een duwschroef aandreef.

 

 

De E-l was een jager met mitrailleurs waarvan de eerste in 1915 aan het front kwamen. Op 1 augustus 1915 boekte Immelmann met de E-l zijn tweede luchtoverwinning (zijn eerste met een ander type)

 

 

1915: de Fokker E-lV

Toestel was voorzien van twee of soms zelf drie

gesynchroniseerde mitrailleur. De bekende jachtvliegers Boeleke en Immelmann vierden met dit toestel hoogtij.

Op de foto een gedemonteerde E-lV zonder motor.

Let goed op de “kinderwagen” wielen…….

 

 

Eén van de vele Fokkers uit de V-serie was de V-33 die wel wordt beschouwd als de verbeterde versie van de D-Vll maar dan met een luchtgekoelde rotatiemotor.

Fokker kocht de meerderheid der aandelen van de firma Oberusel, die de Franse Gnome-Rhone rotatiemotoren bouwde. Hij stak 4 miljoen in die fabriek en behield zeggenschap tot het einde van de oorlog. Fokker kon dus complete gevechtsvliegtuigen leveren en was niet afhankelijk van een motorenfabriek.

 

 

Tot de bekendste Fokker jachtvliegtuigen uit de eerste wereldoorlog behoorden de Fokker driedekkers.

De eerste met 110 pk rotatiemotor kwam in augustus 1917 in dienst

 

 

De V-4 is wel van torsie stijlen tussen de drie vleugels voorzien.

De bekende Duitse jachtvliegers uit de eerste wereldoorlog vlogen allemaal met Fokker driedekkers, zoals Ernst Udet en Ritmeister Manfred von Richthofen die 80 overwinningen in het luchtruim boekte.

Zijn driedekker was scharlaken rood gekleurd en de schrik van het front.

 

 

Een heel zeldzame foto van een Fokker driedekker op het Malieveld in Den Haag, waar de machine gedemonstreerd werd.

 

 

In Amerika vliegt op het ogenblik nog een replica van een Fokker drie dekker gebouwd door Harry Provost uit Sunland.

De motor is een 125 pk Warner. De kist vliegt prima, op tal van vliegfeesten geeft Provost er demonstraties mee.

 

 

Deze foto toont waarschijnlijk het merkwaardigste vliegtuig ooit door Fokker gebouwd, een vijfdekker met drie vleugels helemaal voor aan de romp en twee vleugels vlak achter de cockpit. Deze V-8 heeft slechts een kort sprongetje met Fokker gemaakt.

 

 

1916: Het eerste lijnmotor - jachtvliegtuig van Fokker was de D-l

of M-18 die op grote schaal door de Duitsers is gebruikt.

De tweedekker had een Mercedes – lijnmotor van 120 pk

 

 

D-Vlll van de luchtvaartafdeling op Soesterberg.

De foto is voorzien van een handtekening, persoonlijk gezet door Anthony Fokker zelf.

Het toestel verscheen in het laatste oorlogsjaar en zaaide dood en verderf onder de geallieerde vliegers, dat deze zich

“Fokker – fodder” (Fokker – voer) gingen noemen

 

 

De D-Vll werd in Amerika getest door de Amerikanen op McCook Field. De D-Vll vloog ook in Indië bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL (met 230pk Puma – motor) en bij de Marine Luchtvaart Dienst

( met 260pk BMW). Met een 250 pk motor werd een snelheid van 190km per uur behaald en het vliegbereik was 425 km.

 

 

Een Fokker D-Vll van de Marine Luchtvaart Dienst, met in de cockpit niemand minder dan de in de Javazee zo beroemd geworden Karel Doorman.

 

 

Op deze foto één van de zes treinen waarmee Fokker op 350 spoorwagons ongeveer 250 jagers en 400 vliegtuigmotoren over de grens van Duitsland naar Nederland smokkelde,

waaronder 120 D-Vll’s.

Kort na de oorlog kocht Amerika ook enkele D-Vll en D-Vlll jagers bij Fokker in Amsterdam, die met Liberty motoren werden uitgerust.

De eerst “zaken” die Fokker deed met Amerika !

 

 

De D-Vlll geen tweedekker, verscheen te laat om nog aan het front te worden gebruikt, vooral omdat de Duitsers dachten dat door het breken van de vleugels in de lucht de constructie te licht was. Op de foto demonstreerde Anthony Fokker met zijn personeel en enkele Duitse Vliegerofficieren hoe sterk de vleugel wel was

 

 

In 1924 verscheen de D-Xlll tweedekker en werd o.a. geleverd aan Rus;land, Argentinië en Duitsland.

Op 16 Juli 1925 brak ir. B.Grasé met ladingen van 250 en 500 kg vier wereldrecords.

Met de 450pk Naoier Lion Xl motor werd maximaal 265 km per uur behaald.

 

 

Een vrij onbekend jachtvliegtuig van Fokker was de D-XlV, de eerste laagdekker in de D-serie.

De D-XlV is het experimentele stadium nooit te boven gekomen en slechts één exemplaar werd gebouwd.

 

 

In 1929 kwam het prototype van de D-XVl uit, vijf verschillende uitvoeringen zijn er verschenen, hij werd o.a. in Hongarije in licentie gebouwd. Het prototype boorde zich op Schiphol in de grond van onverantwoord stunten van de vlieger. De ML zag toen van een bestelling af en onderhandelde verder over de aanschaf van de

D-XVll

 

 

De D-XVll is jarenlang de standaard jager geweest van de LVA op Soesterberg. Met een D-XVll werd een hoogte record gebroken op

18 januari 1935 van 10.180 meter.

 

 

Van de 36 door de LVA bestelde D-21’s zijn er 29 afgeleverd.

Zomer van 1938 werden er 3 geleverd aan Denemarken. In Finland zijn 88 D-21’s in licentie gebouwd en 8 in Denemarken.

In 1938 haalde een Hollandse D-21 een Nederlands hoogte record van 11.354 meter.

Deze beschilderd D-21 is uit de Mei-dagen van 1940.

 

 

Een bijzonder fraai jachtvliegtuig was de dubbelstaarts Fokker D-23, waarvan alleen maar één prototype gereed kwam.

De dubbelstaarts D-23 had twee motoren, één voor in de romp die een trekschroef aandreef en één achter in de romp die een duwschroef aandreef. Het zou moeilijk zijn geweest voor de vlieger om de kist te verlaten zonder in de propeller achter de cockpit te geraken. Schietstoelen bestonden toen nog niet.

De D-23 was het laatste Fokker vliegtuig van voor de oorlog

 

 

Op 16 Maart 1937 maakte deze G-1 (X-2) tweepersoons jager/ bomenwerper/verkenner met twee hispo-Suiza motoren van elk 750 pk na de show in Parijs gemaakt vanaf vliegveld Eindhoven.

Op 8 April vloog hij naar Amsterdam waarna hij op 13 en 14 april op Soesterberg werd gedemonstreerd. Op 21 Oktober 1937 bestelde de Nederlandse regering er 36 waarvan de afleveringen in 1938 begonnen.

 

 

Een experimentele driepersoons onbewapende verkenneruitvoering van de G-l was die met glazen koepel onder de romp. Deze versie wer de “badkuip G-l”genoemd. Er is er maar één gebouwd, de 304.

Op deze foto een G-l in luftwaffe-beschildering.

Het cijfer 348 is nog dat voor de Hollandse luchtmacht.

(300-336 voor de G-lA, 337-348 voor de G-lB)

 

 

Weinig bekend is dat Fokker het eerste tweepersoons zweefvliegtuig ter wereld bouwde, deze FG-2, beide vliegers zaten achter elkaar.

De FG-1 was een éénzitter met vier roeren aan de staart.

 

 

De eerste vliegboot van Fokker was de W-l, met de bouw hiervan begon hij in Januari 1913 aan de rivier de Dahme in de omgeving van Gronau.

De W-1 had een Renault motor van 100 pk

De W-ll was een tweedekker drijver-vliegtuig met

een 80 pk argus-motor

 

 

De B-lll werd ook geleverd aan Amerika, beide vliegers zaten

elk in een afzonderlijke “kuip”

 

 

De Fokker B-lV werd ook in Amerika gebouwd en kon twee vliegers en zes passagiers vervoeren, de motor dreef een duw schroef aan.

De B-lVA was een tweemotorige amfibie uitvoering en werd in de Amerikaanse Fokker fabriek gebouwd.

Onder de naam PJ-l vlogen vier Fokkers B-lVA bij de U.S. Coast Guard en deden daar dienst van 1932 tot 1941

 

 

Nog in Duitsland ontwierp Fokker deze C-l verkenner.

De C-l was voorzien van de BMW-llla motor van 185pk en kon een max. snelheid halen van 620 km. Ook de U.S. Navy heeft er mee gevlogen. Met een C1 gaf Fokker in 1919 van het strand de eerste passagiersvluchten. (Fokker’s luchttoerisme)

 

 

De Fokker C-ll uit 1920 was geen verkenner, maar een speciale uitvoering van de C1 die als luchttaxi om 1 of 2 passagiers kon vervoeren.

De PH-ABX heeft bij de KLM dienst gedaan als een fotovliegtuig.

De motor was een BMW van 185 pk.

Deze C-ll was de enige die KLM ooit in dienst had.

 

 

Van deze Fokker C-lV had de LVA er diverse in dienst en de Argentijnse kolonel en ir.Beltrame wilden in Juli 1924 met de

“Cuidad de Buenos Aires” om de wereld vliegen, maar kwamen

niet verder dan Tokio

 

 

De DC-l was een jager/verkenner. Dit prototype met civiele registratie H-NABZ  deed in 1925 mee aan vliegfeesten in Gorhenburg met wedstrijdnummer 28 op de romp en bovenvleugel.

De motor was een Napier Lion van 450 pk.

 

 

De C-V is in 1925 voor het eerst gebouwd en heeft tot 1940 dienst gedaan. Heel veel uitvoeringen waren er, er kon binnen een uur van vleugels gewisseld worden.

Met een 450 pk motor werd 280 km gehaald en kon 740 km ver worden gevlogen, in Noorwegen vloog de C-V bij de luchtmacht op sky’s. In ons Nationaal luchtvaartmuseum is nog altijd een C-5 te bewonderen. De Deense kapitein Botved vloog met een C-V van Kopenhagen naar Tokio(!) en via India en terug via Siberië.

 

 

De Fokker C-X verscheen in 1935 en zijn in de Meidagen van 1940 nog met succes ingezet. Uitgerust met een Roll-Royce Kestrel-V motor van 650 pk kon een snelheid van 320 km worden gehaald met een bereik van 830 km.

De Finse luchtmacht hadden sommige toestellen voorzien van sneeuw sloffen.

 

 

Bekende watervliegtuigen van Fokker waren de C-VllW, de C-VlllW, de C-XlW en de C-VllW die allemaal gebruikt werden door de Marine Luchtvaart dienst.

Van de C-XlW zijn er 18 geleverd aan de MLD met W-regi en deed o.a. dienst aan boord van de “Tromp”en “De Ruyter” als katapultvliegtuigen, maar werden voornamelijk gebruikt als lesvliegtuig.

 

 

De T-lll bommenwerper kwam in het voorjaar van 1924 gereed en werd o.a  geleverd aan Portugal. De drie man bemanning zit achter elkaar in drie afzonderlijke stuurkuipen. Kenmerkend was het grote vliegbereik, de met Wright T-3 motor van 525 pk bedroeg 2700 km en met Rolls-Royce Eagle van 360 pk 2400 km.

Het eerst vliegtuig in de T-serie was de T-llW die kon een torpedo onder de romp meevoeren.

 

 

In 1927 verscheen de tweemotorig drijvervliegtuig T-lV waarvan de MLD en 24 gebruikt heeft in Indië. De later gemoderniseerde uitvoering had twee Wright Cyclone motoren van elk 768 pk.

De bewapening bestond uit 3 of 4 mitrailleurs en 900 kg aan bommen of torpedo’s. De T-V’s hebben in Mei 1940 aanvallen gedaan op de Moerdijkbruggen en Maasbruggen die in Duitse handen waren gevallen. Alle T-V’s gingen in de oorlog verloren.

 

 

In 1939 verscheen de Fokker T-VlllW, een watervliegtuig die een grote rol heeft gespeeld bij onze MLD. Van de bestelde 36 werden

er echter maar 12 afgeleverd voordat de oorlog uitbrak.

Enkele T-VlllW’s wisten naar Engeland te ontsnappen en hebben daar dienst gedaan bij Coastal Command in het Nederlandse 320 squadron.

 

 

Deze S-ll lesvliegtuig uit 1922 waarin instructeur en leerling naast elkaar zaten, werd als tweedekker uigevoerd.

De S-llA was bestemd voor ambulancevervoer en heeft als zodanig op Soesterberg dienst gedaan. Het achterbovendeel van de romp kon worden opgeklapt, waarna een brancard in de machine kon worden geschoven.

 

 

Dit veelgebruikte lesvliegtuig de S-lV verscheen in 1925 en vloog in 1940 nog.

Instructeur en leerling zaten nu achter elkaar.

Bij de MLD heeft het jarenlang dienst gedaan al de standaard trainer op Soesterberg.

 

 

Ook een bekend in 1937 werd lesvliegtuig de Fokker S-lX.

Na de oorlog werden er nog drie gebouw voor de Frits Diepen Vliegtuigen N.V. op Ypenburg waar ze o.a. gebruikt werden voor reclamevluchten. (PH-NAR, PH-NAS en PH-NAT)

 

 

De “Times” noemde deze F-ll “the plane of de future”

De F-ll werd de eerste verkeersmachine die Fokker in Amsterdam ging bouwen in zijn in juli 1919 opgerichte fabriek aan de papaverweg.

Het toestel werd o.a. geleverd aan KLM, de Sabena, de Zwitserse Balair. De H-NABC werd later de PH-RSL, het laboratorium vliegtuig van de Rijksluchtvaartdienst, De F-ll kon behalve twee vliegers, vier passagiers meenemen.

 

 

De oude Fokker fabrieken aan de papaverweg in Amsterdam Noord. 29 x de F-lll en 1 x de  F-ll

Op 10 April 1926 vlogen de H-NABG, H-NABJ, H-NABN, H-NABJ en H-NABQ in het eerste escadrillevlucht met verkeersvliegtuigen ter wereld naar Bazel, de toestellen waren verkocht door de KLM aan Balair.

 

 

Twee F-lll vlogen bij de KLM op de route Amsterdam Parijs.

Anthony Fokker (met bolhoed) bij de eerste F-lll

 

 

Deze F-lV staat nu nog in het Smithsonian Institution in Washington.

Op 2 en 3 Mei 1923 werd er non-stop gevlogen van coast – to – coast in 26 uur ruim 4000 km. De kist had een aanloop nodig van 1500 meter omdat hij zoveel benzine bij zich had.

 

 

De Fokker F-V was een tweedekker voor twee piloten en acht

Passagiers, er is maar één toestel gemaakt.

Dit toestel is in Veere gemaakt en was voorzien van een Russische registratie.

 

 

De F-Vll was de eerste Fokker met een gesloten cockpit,

Op 1 Oktober 1924 maakte de H-NACC de beroemde eerste vlucht naat Batavia die 27 dagen duurde.

De F-Vll was voorzien van een toilet in de romp, in totaal zijn er vijf F-Vll’s gebouwd en door de KLM gebruikt, twee ervan vlogen tot 1936.

 

 

In 1925 verscheen de betere en snellere F-Vlla. Op 30 April 1925 werd een hoogterecord gehaald door met 1000 kg te klimmen tot 5771 meter.

De F-Vlla vloog bij luchtvaartmaatschappijen in Tsjecho-Slowakije, Denemarken, Engeland, Ethiopië, Frankrijk, Hongarije, Italië, polen Zwitserland en Amerika.

In Zwitserland bestaat nog een F-Vlla, de HB-LBO die bij Swissair heeft gevlogen en omstreeks 1955 geschonken is aan het Zwitserse verkeermuseum.

 

 

De F-Vlla met registratie PH-OTO was een tijdlang het fotovliegtuig van de KLM op de waalhaven bij Rotterdam.

Op 6 September 1927 crashte het toestel toen er werd geprobeerd een trans-Atlantische vlucht  mee te maken op 200 mijl van New Foundland. Allen de vleugel werd terug gevonden.

 

 

De Beroemdste F-Vllb/3m was ongetwijfeld de “Southern Cross”, waarmee de Australiër Kingsford Smith zijn historische vlucht om de wereld maakte, Dit toestel werd in 1928 gebouwd.

In 1930 maakte hij zijn laatste vlucht en staat nu als monument op het vliegveld van Brisbane.

Kingsford Smith verdween in 1935 met een Lockheed Orion toen hij op weg was van Londen naar Australië ergens in de Golf van Bengalen.

 

 

De Fokker F-Vlll was een tweemotorige hoogdekker die 15 passagiers kon vervoeren, op 28 juni 1927 maakt het prototype de H-NADU zijn eerste proefvlucht.

Soms vloog hij met vierbladige propellers, maar meestal met twee. De F-Vlll vloog ook in Hongarije en Zweden.

 

 

Het grootste driemotorige verkeersvliegtuig ooi door Fokker gebouwd was de F-lX, waarvan het prototype PH-AGA “Adelaar” in 1929 bij de KLM in dienst kwam, Er konden 18 passagiers mee vervoerd worden.

In 1930 won het toestel als enige verkeersvliegtuig een prijs voor elegantie en comfort.

 

 

De Fokker F-X “Trimotor” is uitsluitend gebouwd in Amerika en was een ontwikkeling vanuit de F-Vllb/3m. Met die motoren van 420 pk elk konden 12 passagiers met een snelheid van 200 km per uur worden vervoerd. Pan American Airways gebruikte de F-X op de eerste PASA route van Miami naar Havana, passagiers betaalden 100 dollar voor een retourtje, nu betaal je zo’n 36 dollar.

 

 

De Fokker F-Xl Universal was een kleine luchttaxi voor twee piloten en vier passagiers met een lorraine motor van 240 pk.

Eind januari 1929 vloog het prototype proef voor de KLM

Het toestel ging tenslotte naar de Oostenrijkse Reddingsvliegdienst waar parachutisten uit de kist sprongen en vliegt nog heden ten dage als de OE-DAA.

 

 

In 1925 kwam de”Universal” een hoogdekker met 200 pk motor die

4 passagiers kon vervoeren.

De machine werd op grote schaal gebouwd met wielen,

drijvers en ski’s

 

 

In 1927 kwam de grotere “Super Universal” met een dichte cockpit die op grote schaal gebruikt is. Er konden 6 passagiers mee vervoerd worden. Zelfs tijdens de tweede wereldoorlog vlogen de Jappen nog met de Super Universal. Na de oorlog werd hij door de chinezen overgenomen.

 

 

Van de driemotorige Fokker F-Xll zijn er 8 gemaakt waarvan vijf voor de KLM. De machine had drie motoren van 425 pk elk en kon 14 passagiers vervoeren.

De G-ADZK is van Crilley Airways die er vier van de KLM overnam

 

 

Speciaal ontworpen voor de Indië - route van de KLM was de Fokker F-XVlll, die 13 passagiers kon vervoeren. De KLM heeft er vijf gebruikt met 440 pk motoren waarmee een snelheid van 203 km per uur werk gehaald. Twee F-XVlll hebbe geschiedenis gemaakt: de “Pelikaan” die op 18 tot 30 december met de beroemde kerstvlucht naar Batavia en de “Snip” die de eerste vlucht naar de West maakte in December 1934

 

 

De mooiste driemotorige verkeersmachine ooit door Fokker gebouwd was stellig de F-XX die in 1933 verscheen. Helaas is er maar één van gebouwd, de bekende “Zilvermeeuw” van de KLM. Met drie motoren van elk 640 pk kon een snelheid van 250 km per uur worden gehaald. 12 passagiers konden mee, maar de KLM bestelde haar niet omdat het benzineverbruik te hoog was. Er werd gevlogen op de route Amsterdam – Berlijn.

 

 

De Fokker F-22 was een viermotorige hoogdekker met motoren van 550 pk elk. De Machine kon 22 passagiers vervoeren. Drie zijn er gebouwd voor de KLM. De PH-AJR “Roerdomp” werd later verkocht aan Scottisch Airlines en vloog als G-AFZP. Ook de PH-AJP is naar Engeland gegaan en vloog daar nog in de oorlog bij de R.A.F.

 

 

De F-36 was het grootste Nederlandse verkeersvlieg dat ooit werd gebouwd, slechts één machine , de “Arend” verliet de fabriek en vloog bij de KLM. Hij was voorzien van 720 pk motoren en kon 32 passagiers vervoeren. De Machine werd ingeschreven voor de Melbourne race, maar kwam niet op tijd gereed, de KLM deed mee met de bekende DC-2 “Uiver” en waarmee zij eerste werden in de handicap. Tijdens de oorlog vloog hij bij de R.A.F. voor trainer van navigators. Eind 1940 vernield bij een landing.

 

 

Een F-36 boven Manhattan. Er konden 28 passagiers mee.

Zes werden er geleverd aan Western Air Express voor de route Los Angeles – San Francisco. In 1931 nam de Amerikaanse Luchtmacht er tijdelijk één over. Anthony Fokker bezat een F-32 als privé vliegtuig in Amerika.

De F-24, F-56 en F-180 zijn nooit gebouwd.

 

 

De F-25 was het eerste naoorlogse ontwerp van Fokker.

De Promotor was een dubbelstaarts luchttaxi voor het vervoer van 3 passagiers. Het prototype de PH-NBA stond op de Parijse Salon van 1946

 

 

Het prototype van de S-11 instructor de PH-NBE, werd op

18 december 1947 ingevlogen en was zéér succesvol.

Het tweede prototype , de PH-NBF verongelukte helaas boven Zweden in 1949 met twee Zweedse piloten aan boord.

De S-11 is op grote schaal gebruikt bij de Koninklijke luchtmacht als lesvliegtuig.

 

 

Na de tweemotorige S-13, waarvan er maar één is gebouwd, kwam Fokker met het eerste straalvliegtuig van Nederlands ontwerp, De Fokker S-14 Machtrainer. Met een Rolls-Royce Derwent motor werd een snelheid van 861 km per uur bereikt.  Hier een S-14 voorzien van een metalen cockpit

 

 

Fokker bouwde meer dan 300 Meteors en meer dan 400 Hunters in Licentie, samen met SABCA in België

 

 

HOME